Vanuit de markt komen er regelmatig vragen op ons af. Hieronder een overzicht van de meest gestelde vragen.
- Aan welke eisen dient de locatie waar een grondverzetmachine gerepareerd moet worden te voldoen?
- Geldt de verplichte keuring van werkmaterieel ook voor ZZP-ers?
- Handtekening klantbedrijf op keuringsformulier
- Hoe dient een grondverzetmachine ter keuring of reparatie aangeboden te worden?
- Hoe lang zijn de certificaten en badges van de BMWT-Train geldig?
- Hoe wordt het keuringstermijn bepaald?
- Is het mogelijk een eigen monteur te kwalificeren om machine keuringen uit te laten voeren?
- Mag een bouwlift ingezet worden als gebouwgebonden goederenlift?
- Moet een machinist op een graafmachine met hijsfunctie in het bezit zijn van een hijsbewijs?
- Op welke manier vervult de BMWT-Keur de arboverantwoordelijkheid van de werkgever?
- Veiligheidsdak kniklader/shovel
- Wat is de minimum leeftijd van een machinist of chauffeur op een mobiel arbeidsmiddel?
- Welke regels gelden er voor grondverzetmachine op de openbare weg?
- Welke voorzieningen dienen er getroffen te worden in geval van zwaar tillen?
- Wanneer is een kraanboek verplicht?
Aan welke eisen dient de locatie waar een grondverzetmachine gerepareerd moet worden te voldoen?
In principe dient de reparatie te gebeuren op een vloeistofdichte vloer. Is dit niet mogelijk, dan moeten er, in overleg met de servicecoördinator van de leverancier, gezamenlijk voorzorgsmaatregelen worden getroffen om vervuiling van de werkplek en/of bodem te voorkomen. Het spreekt voor zich dat de werkplek zodanig is ingericht dat er geen overlast is door stof, tocht, kou en vocht. Vermijd bijvoorbeeld reparaties in de buitenlucht onder extreme weersomstandigheden als vorst of harde wind.
Geldt de verplichte keuring van werkmaterieel ook voor ZZP-ers?
De arboregelgeving legt de verplichting voor het keuren van werkmaterieel bij de werkgever. Ook de zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) valt eronder. In de arbowetgeving worden in een groot aantal artikelen de begrippen werknemer en/of werkgevers gehanteerd. Het betreft hier vooral een onderscheid tussen mensen die arborisico's lopen (werknemers) en mensen die verantwoordelijk zijn voor hun arbeidsomstandigheden (werkgevers).
Als ZZP-ers zich in de zin van de Arbowet als niet-werknemer presenteren, dan handelen zij op een oneigenlijke wijze. Wanneer een ZZP-er een ongeval overkomt of veroorzaakt, terwijl hij op een niet-gekeurde machine werkt, dan wordt de ZZP-er aansprakelijk gesteld voor alle schade veroorzaakt aan derden. De verzekeraar kan bovendien de claim, als de ZZP-er persoonlijk letsel oploopt, voor ziektekosten en/of loonderving, afwijzen.
Uitgangspunt van de arboregelingen is dat iedereen in een veilige situatie werkt. Mensen mogen niet blootgesteld worden aan ernstige risico’s. Of iemand een werknemer, een werkgever of een zelfstandige is, is voor deze risico’s niet van belang. Het dragen van risico’s gaat niet alleen de zelfstandige ondernemer aan, maar ook de samenleving als geheel. In artikel 2.39 van het Arbobesluit is daarom vastgelegd dat de keuringsplicht ook voor de ZZP-er geldt.
Handtekening klantbedrijf op keuringsformulier
Aan de onderzijde van het keuringsformulier is ruimte gemaakt voor het plaatsen van een handtekening van het klantbedrijf.
Met klantbedrijf wordt hier bedoeld, het bedrijf dat het gekeurde arbeidsmiddel ter beschikking stelt aan haar medewerkers. Het is hierbij niet belangrijk wie de eigenaar van het gekeurde arbeidsmiddel is. Dus ook voor huur- en leasemachines/trucks wordt de handtekening gevraagd vanuit het bedrijf dat met het gekeurde arbeidsmiddel werkt.
Hoe dient een grondverzetmachine ter keuring of reparatie aangeboden te worden?
Een schone machine verhoogt de kwaliteit van het werk. Bied daarom een machine schoon aan ter keuring of reparatie. Kan de machine ter plaatse niet gereinigd worden, neem dan vooraf contact op met de servicecoördinator van de leverancier, zodat nadere afspraken gemaakt kunnen worden. Hierbij is het van belang aan te geven in welke omgeving de machine gewerkt heeft: op de vuilstort; in verontreinigde grond; in een stort waarop asbest gestort is. Op basis van deze informatie kan vooraf vastgesteld worden welke voorzorgsmaatregelen er getroffen moeten worden in de sfeer van persoonlijke beschermingsmiddelen en werkprocedures. Het is bijvoorbeeld ten strengste verboden om de radiateur van een machine, die in asbest heeft gewerkt, te reinigen met lucht. Alle bijzondere omstandigheden moeten dus vooraf gemeld worden, zodat er adequate maatregelen genomen kunnen worden.
Hoe lang zijn de certificaten en badges van de BMWT-Train geldig?
Bedieningscursussen die onder de BMWT-Train gevolgd zijn, worden afgesloten met een proef op vakbekwaamheid. Als deze proef succesvol is verlopen, ontvangt de cursist een certificaat met bijbehorende badge. Deze hebben een geldigheidsduur van 5 jaar.
Hoe wordt het keuringstermijn bepaald?
In het certificatieschema van het BMWT-Keur staat vermeld dat de BMWT-Keuring een jaarlijkse keuring is. In het kader van de keuringen worden jaarstickers geplakt. Deze aanpak geeft aanleiding tot de volgende vragen:
- voor welke datum staat de volgende keuring gepland;
- het uitschuifprobleem: planning van onderhoud en keuring;
- hoe te handelen in geval van een afkeur.
1. Voor welke datum staat de volgende keuring gepland?
Als de vorige keuring bijvoorbeeld op 16 november 2008 is uitgevoerd dan moet de volgende keuring een jaar later, in november 2009 plaatsvinden. Op de basissticker is een pijl aangegeven, met daarop de tekst “Volgende keuring voor:”. De jaarsticker wordt hier zo op geplakt, dat de pijl wijst naar de maand waarvoor de keuring uiterlijk moet zijn voltooid. In dit geval wijst de pijl dus op december 2009, wat aangeeft dat de volgende keuring uiterlijk op 30 november 2009 plaats moet vinden.
NB. De sticker-datum-aanduiding is indicatief. De feitelijke keuringsdatum is altijd de datum die op het keuringsformulier vermeld staat.
2. Het uitschuifprobleem: planning van onderhoud en keuring.
Binnen de BMWT-Keur wordt gestreefd naar een gelijktijdige uitvoering van keuring en onderhoudsbeurt. Onderhoudsbeurten worden gepland naar aanleiding van gerealiseerde inzet. Wordt een machine veel uren ingezet, dan wordt de onderhoudsbeurt naar voren geschoven, bij weinig uren gebeurt het omgekeerde.
Om die reden is er wat meer flexibiliteit in het systeem van de BMWT-Keur geïntroduceerd. Voor deze extra flexibiliteit zijn wij te rade gegaan bij het APK-systeem. Hier geldt de regel dat, als een keuring twee maanden voorafgaande aan de expiratiedatum van de keuring plaatsvindt, de sticker toch 12 maanden doortellend op die expiratiedatum geplakt mag worden. De BMWT-Keur heeft deze termijn overgenomen, wat betekent dat de BMWT-keuring maximaal 2 maanden voorafgaand aan de expiratiedatum mag plaatsvinden. Met de sticker kan vervolgens worden aangegeven dat de volgende keuring een jaar na de oorspronkelijke expiratiedatum staat gepland.
Als bijvoorbeeld een keuring vóór december 2009 (dus uiterlijk 30 november 2009) moet zijn uitgevoerd, en de keuring in september 2009 plaatsvindt, dan mag (bij goedkeuring) de sticker toch zo worden geplakt, dat de pijl naar de maand december 2010 verwijst.
Als een machine, waarvan de keuring nog twee maanden doorloopt, vandaag gekeurd wordt, mag op de sticker gewoon de oorspronkelijke expiratiedatum gezet worden. De keuring mag wel meteen worden afgemeld via het extranet van de BMWT.
Bij de datum wordt vandaag ingevuld. De keurmeester dient eveneens de huidige datum op het keuringsformulier te noteren.
3. Hoe te handelen in geval van een afkeur
In het geval van afkeur is er sprake van een onveilige machine. De werkgever die een onveilige machine beschikbaar stelt aan zijn werknemer, neemt in termen van Arbo grote aansprakelijkheidsrisico’s. De werkgever dient door het keurende bedrijf hierover geïnformeerd te worden. Het eventueel stilleggen van de machine is een besluit dat nimmer door een BMWT-Keurbedrijf genomen kan worden; het betreft hier een exclusieve verantwoordelijkheid van de werkgever en de Arbeidsinspectie.
Als tijdens een keuring bij een machine gebreken worden geconstateerd die voorkomen op de lijst van afkeurpunten, dan moeten deze gebreken eerst worden gerepareerd. Pas hierna volgt de definitieve goedkeuring. Bij het plakken van de sticker wordt deze datum als uitgangspunt genomen. Mocht de klant zelf de reparatie uitvoeren, dan kan de sticker pas dan afgeleverd worden als de klant schriftelijk heeft verklaard dat de reparatie is uitgevoerd.
Voorbeeld 1
Als bij een machine, die in september 2008 is gekeurd, gebreken zijn geconstateerd die op de lijst van afkeurpunten voorkomen, en deze in oktober 2008 worden gerepareerd, wordt de jaarsticker zo geplakt dat de pijl op de basissticker de maand november in 2009 aanwijst (de volgende keuring vindt dus in oktober 2009 plaats).
Voorbeeld 2
Als bij een machine, die in december 2008 is afgekeurd, gebreken zijn geconstateerd die op de lijst van afkeurpunten voorkomen, en deze in februari 2009 worden gerepareerd, wordt de jaarsticker zo geplakt dat de pijl op de basissticker de maand maart in 2010 aanwijst (de volgende keuring vindt dus in februari 2010 plaats).
Is het mogelijk een eigen monteur te kwalificeren om machine keuringen uit te laten voeren?
Dit is alleen mogelijk voor deelnemers aan de BMWT-Keur. Bent u geen deelnemer van de BMWT-Keur, dan is het voor u helaas niet mogelijk om een monteur te kwalificeren tot BMWT-Keurmeester.
Mag een bouwlift ingezet worden als gebouwgebonden goederenlift?
Een bouwlift is een verplaatsbare lift, die vanwege de verplaatsbaarheid aan een aangepast veiligheidsregime moet voldoen. De gebruikssituatie van een vast opgestelde, bouwgebonden goederenlift is afwijkend van die van een bouwlift. Het veiligheidsregime voor deze gebruikssituatie is dan ook geheel afwijkend van die van een verplaatsbare bouwlift.
Als een goederenbouwlift ingezet wordt als een gebouwgebonden goederenlift, dan wordt gezondigd tegen onder andere de Machinerichtlijn (adequate CE-markering ontbreekt, het is derhalve een illegale machine) en tegen de arbowetgeving (deze lift zal als gebouwgebonden goederenlift nimmer goedgekeurd worden). Beide zaken worden aangemerkt als een misdrijf, waarvoor de werkgever aansprakelijk is. In geval van een ongeval met letsel van een werknemer, is het risico aanwezig dat de verzekering zal weigeren om aan deze werknemer een uitkering te verstrekken, omdat de werknemer willens en wetens met een illegale machine aan het werk is gegaan.
Moet een machinist op een graafmachine met hijsfunctie in het bezit zijn van een hijsbewijs?
In het arbobesluit is het hijsbewijs verplicht gesteld voor hijskranen en funderingsmachines met een capaciteit groter of gelijk aan 10 ton meter. In alle andere gevallen is een hijsbewijs dus niet verplicht! Voor een graafmachine met hijsfunctie is de werkgever er voor verantwoordelijk dat de machinist beschikt over specifieke deskundigheid (art. 7.17c lid 1 van het arbobesluit).
Het begrip ‘specifieke deskundigheid’ is door de wetgever niet nader gedefinieerd. Dit betekent dat de werkgever zelf voor de werksituatie ter plaatse moet aangeven wat het begrip specifieke deskundigheid exact omvat. Voor een machinist van een graafmachine zijn drie gebieden van belang bij het invullen van specifieke deskundigheid:
- vaktechnische vaardigheden, zoals het graven van een talud en het vullen van een vrachtwagen;
- de spelregels/verkeersregels op het bedrijf, zoals: welke snelheden gelden in welke gebieden, hoe lopen de rijroutes, waar mag de machine geparkeerd worden, wie is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van de machine;
- merkspecifieke kennis: de graafmachine van merk A kan op verschillende punten verschillen van de graafmachine van merk B.
De werkgever dient te inventariseren welke specifieke deskundigheden in de specifieke werksituatie van de werknemer vereist zijn. Op basis van de inventarisatie moet hij een instructieprogramma ontwikkelen. De werkgever moet zelf bepalen op welke wijze deze instructie verzorgd wordt; dat kan ook in eigen beheer of in overleg met de fabrikant/importeur van de betreffende machine. Medewerkers op een graafmachine laten werken zonder hiervoor een specifieke opleiding/training/instructie te (laten) verzorgen is een overtreding van het arbobesluit en derhalve aan te merken als een economisch delict. Verder heeft deze nalatigheid gevolgen als er een ongeval met persoonlijk letsel-schade ontstaat. Nalatige werkgevers lopen dan het risico strafrechtelijk vervolgd te worden. Een ander risico dat de nalatige werkgever loopt, is de schadeclaim van de werknemer. Als het gaat om een ongeval met zware letselschade, dan loopt een dergelijke claim in de honderdduizenden euro's. Bij aantoonbare nalatigheid is het zeer wel te verwachten, dat op basis van de WAM-verzekering deze schade niet is te verhalen.
Op welke manier vervult de BMWT-Keur de arboverantwoordelijkheid van de werkgever?
In de Arboregelgeving is de werkgever verantwoordelijk voor alle zaken rondom de veiligheid op de werkplek. Veel van deze verantwoordelijkheden zijn voor werkgevers niet meer zelfstandig waar te maken. Het in veilige staat houden van mobiele arbeidsmiddelen is vanwege de geavanceerde techniek, praktisch een zware verantwoordelijkheid, waarvoor werkgevers deskundige derden moeten inhuren. Hierbij is de wettelijke keuringsplicht en de wettelijke voorgeschreven deskundigheid van belang. Gezien de steeds groter wordende technische diversiteit van de verschillende merken, dienen keuringen conform de specificaties van de fabrikant uitgevoerd te worden. Het periodiek keuren van machines die aan slijtage onderhevig zijn, is dus verplicht.
Het Arbobesluit schrijft verplichte periodieke keuring door een deskundige voor. Algemeen wordt voor periodiek nadrukkelijk één keer per jaar als ondergrens gehanteerd. Afhankelijk van de inzetcondities en –duur, dient vaker gekeurd te worden. De wet stelt verder dat deskundigen de keuringen moeten verrichten. Het is daarom noodzakelijk dat de keurmeester, naast algemene vaktechnische deskundigheden, ook beschikt over toegang tot de expertise van de fabrikant. De keurmeester moet daarom regelmatig de fabriekstrainingen volgen, beschikken over de actuele manuals van de fabrikant en over meetgereedschappen, die gekalibreerd zijn volgens de specificaties van de fabrikant. BMWT-Keurmeesters voldoen aan al deze deskundigheidseisen. Een keuring onder BMWT-Keur voldoet aan alle arbo-eisen met betrekking tot de veiligheid, terwijl de gekeurde machine ook voldoet aan de fundamentele veiligheidseisen van de Machinerichtlijn. De BMWT-Keur heeft geen betrekking op gezondheidsaspecten uit de arboregelgeving, zoals het inzetten van een verbrandingstruck in gesloten ruimtes en ergonomische aspecten rond de stoel.
Het niet keuren van een keuringsplichtige machine is een economisch delict. Is een machine afgekeurd, dan dienen de afkeurpunten direct gerepareerd te worden. Gebeurd dit niet, dan stelt de werkgever opzettelijk onveilige mobiele arbeidsmiddelen aan zijn werknemers beschikbaar. Het maakt niet uit of de betreffende arbeidsmiddelen spaarzaam ingezet worden (bijvoorbeeld 2 uur per week) of heel beperkt belast worden (een twee-en-een-half-tons-heftruck waarmee lasten van maximaal 200 kg worden getild). Ook deze overtreding wordt aangemerkt als een economisch delict. Mocht met een dergelijk arbeidsmiddel een ongeval met letselschade ontstaan, dan zal enerzijds de verzekering – in het kader van de WAM-verzekering - elke claim afwijzen, terwijl anderzijds een strafrechtelijke procedure in gang gezet kan worden tegen die werkgever. De handhaving van de arboregelgeving is neergelegd bij de Arbeidsinspectie. Blijkt bij inspectie dat een arbeidsmiddel niet gekeurd is, dan kan de inspecteur een geldboete opleggen: het lik-op-stuk beleid.
Veiligheidsdak kniklader/shovel
De wijziging van de Machinerichtlijn per 29 december
Risico’s ten gevolge van vallende voorwerpen.
Wanneer bij een machine met eigen aandrijving met daarop een bestuurder, bediener(s) of andere persoon of personen, een risico bestaat door vallende voorwerpen of materialen, moet in het ontwerp en de bouw van de machine met dit risico rekening worden gehouden en moet de machine, indien de afmetingen dit toelaten, van een passende beschermingsstructuur zijn voorzien;
Bij een groot aantal aanbouwdelen is de kans aanwezig dat vallende objecten de machinist kunnen raken. Enkele voorbeelden zijn puin, strobalen, losse ladingen op pallets. Hierbij kan letsel ontstaan. Door dit risico is het noodzakelijk dat de kniklader / shovel uitgevoerd wordt met een veiligheidsdak of cabine.
-
balenklemmen en balenvorken;
-
palletvorken;
-
mestvorken;
-
tegelrieken;
-
stenenklemmen;
-
etc.
Dit geldt voor geproduceerde knikladers vanaf 29 december 2009;
Verder is het aan te bevelen om voor machines, die al in de markt aanwezig zijn vergelijkbare veiligheidsdaken beschikbaar te hebben.
Wat is de minimum leeftijd van een machinist of chauffeur op een mobiel arbeidsmiddel?
Sinds de wijziging van de Arbowet in 1997 is het toegestaan een leeftijdsgrens van zestien jaar aan te houden. Met het bijstellen van de leeftijdsgrens naar zestien jaar is de verplichte zorg voor voldoende instructie en toezicht niet weggevallen. Dus ook de vakantiekracht die de machine tijdelijk bedient, moet voldoende deskundigheid bezitten. Dit moet aantoonbaar zijn. De werkgever moet ervoor zorgen dat de werksituatie veilig is.
Met andere woorden: een aantoonbaar uitgevoerd Arbobeleid is en blijft noodzakelijk. Een ander punt van aandacht is de verzekering van genoemde machines. In polissen zijn voor het bedienen van machines vaak nog leeftijdsgrenzen van achttien jaar opgenomen. Het is dan ook zaak om deze polissen te controleren en aan te passen, voordat men een jongere medewerker op een grondverzetmachine laat werken.
Welke regels gelden er voor grondverzetmachine op de openbare weg?
Grondverzetmachines worden meestal op eigen terrein gebruikt en hebben daarom niets te maken met het Wegenverkeersreglement. Zodra men met een grondverzetmachine op de openbare weg gaat rijden, is het Wegenverkeersreglement echter wel van toepassing. Hieronder lichten we de huidige verkeersregeling omtrent grondverzetmachines toe.
Aanpassingen
Voertuigen die onder het Wegenverkeersreglement vallen en die maar met een beperkte snelheid kunnen rijden, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen: aan de voorkant dienen er twee lampen met zowel dimlicht als stadslicht gemonteerd te zijn; aan de voor -en achterzijde zijn richtingaanwijzers verplicht; er dienen waarschuwingsknipperlichten (alarmlichten) aanwezig te zijn; er dient een speciale rood reflecterende driehoek met geplatte hoeken te zijn gemonteerd. Deze driehoek dient bevestigd te worden aan de achterzijde (in het midden dan wel links van het midden), op een hoogte die minimaal 35 cm is en maximaal 90 cm; op de achterkant bevinden zich twee achterlichten, twee stoplichten en tenminste twee reflectoren; is de grondverzetmachine langer dan zes meter, dan moet hij ook uitgerust zijn met extra richtingaanwijzers en oranje retro-reflectoren aan de zijkanten; verder dienen uitstekende delen waaronder de vorken, verwijderd dan wel afgeschermd te worden.
De maximum snelheid op de openbare weg is 25 km/u en de minimum leeftijd van de chauffeur is achttien jaar. In een werksituatie waarbij effectief toezicht is van een ervaren collega, die ouder is dan achttien jaar, is de minimum leeftijd van een machinist zestien jaar.
Verzekering
Grondverzetmachines die uitsluitend op eigen terrein rijden zijn verplicht WAM-verzekerd. Voordat u met een grondverzetmachine de openbare weg opgaat, is het aan te bevelen eerst de verzekeringsvoorwaarden nog eens goed te bekijken; mogelijk wenst u een ruimere dekking.
Standaarduitvoering
Grondverzetmachines zijn normaliter in de standaarduitvoering alleen van een beperkte (veiligheids)- verlichting voorzien. Als de gebruiker van plan is om met de machine de openbare weg op te gaan, dan dient hij contact op te nemen met de leverancier, zodat de grondverzetmachine gemodificeerd kan worden om te voldoen aan het wegenverkeersreglement. Rijbewijs Voor het besturen van een grondverzetmachine op de openbare weg zijn wettelijke vaardigheidseisen of een rijbewijs niet verplicht. Van toepassing blijft art. 7.17c lid 1 van het Arbobesluit: de werkgever is er verantwoordelijk voor dat de medewerker die met een grondverzetmachine op de openbare weg rijdt, over specifieke deskundigheden beschikt. Wegenbelasting Een grondverzetmachine is niet gekentekend, derhalve is het onmogelijk om houderschapsbelasting (wegenbelasting) te heffen.
Welke voorzieningen dienen er getroffen te worden in geval van zwaar tillen?
In artikel 5.2 en 5.3 van de Arbowet wordt gesproken over het voorkomen en beperken van gevaren en de RIE. Hierbij wordt verwezen naar de Ameriakaanse NIOSH-methode, die uitgaat van een maximaal tilgewicht van 23 kilogram. Deze Arbo-bepalingen bevatten echter 'open normen', wat wil zeggen dat er geen wettelijke grenswaarde is gegeven.
Het maximale tilgewicht van 23 kilogram is slechts een richtlijn en heeft geen wettelijke status. Als er regelmatig lasten van meer dan 20 kg getild moeten worden, dan wordt de werkgever geadviseerd om maatregelen te nemen om de fysieke arbeid te verlichten. Dat kan door het inzetten van ergonomische tilhulpmiddelen, zoals balancers, heftafels en speciale (rollen)hanteerapparaten. Door het gebruik van tilhulpmiddelen zijn bukken en tillen verleden tijd en kan het ziekteverzuim aanzienlijk worden teruggedrongen. Zijn deze hulpmiddelen niet beschikbaar, dan kan het tilwerk door twee personen worden uitgevoerd.
Houd bij het tillen de volgende maatregelen in acht: de last moet dichtbij het lichaam getild worden; last moet zich op een goede tilhoogte bevinden. Over het algemeen is dit 75 cm, maar dit kan variëren en is afhankelijk van de lengte van de persoon; til recht vooruit; zorg ervoor dat het te tillen object goed kan worden vastgepakt. Is het object te groot, zorg dan desnoods voor handvatten. Bij het handmatig tillen kan de werknemer, mits hij dit regelmatig doet, last krijgen van overbelasting. Hoe langer dit duurt, hoe omvangrijker de klachten worden en hoe langer de herstelperiode zal zijn.
Wanneer is een kraanboek verplicht?
Wettelijk is vastgelegd, dat in de nabijheid van machines met een hijscapaciteit van twee ton of hoger een kraanboek aanwezig moet zijn, waarin onder andere de resultaten van periodieke keuringen, het periodiek onderhoud, de certificaten en dergelijke zijn opgeslagen. Dit is een verantwoordelijkheid van de werkgever.