Zoeken:
 
 

Vanuit de markt komen er regelmatig vragen op ons af. Hieronder een overzicht van de meest gestelde vragen.


Naar boven
Wie keurt welke arbeidsmiddelen en wanneer?

Dat er, sinds 5 december 1998, in de wet is vastgelegd dat arbeidsmiddelen periodiek door een deskundige gekeurd moeten worden is inmiddels breed bekend. Het gaat hier om arbeidsmiddelen, zoals heftrucks, pallettrucks, autolaadkranen, laadkleppen, bovenloopkranen, schaarheftafels, hoogwerkers, bouwliften, graafmachines, magazijnstellingen e.d., maar ook om uitrustingsstukken zoals die gebruikt worden op bijvoorbeeld grondverzetmachines en voorzetstukken die op heftrucks gemonteerd worden.

Ook is in voldoende mate bekend dat de Arbeidsinspectie werkt met standaardboetes voor het beschikbaar stellen van niet gekeurde machines.

Toch zijn er nog vragen, zoals:

  • wat moet er gekeurd worden;
  • wie mag er keuren;
  • hoe vaak moet er gekeurd worden.

Allereerst wordt in deze notitie het wettelijk kader aangegeven, waarna de meest gestelde vragen beantwoord worden.

Wettelijke kader

Het relevante kader wordt gevormd door een aantal artikelen uit de arbo-regelgeving. Ook de Wet op de Productaansprakelijkheid is in dit verband van belang.

Relevante artikelen uit de arbo-wetgeving zijn:

In art. 7.4a lid 1 van het arbo-besluit is het volgende vastgelegd:

Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie wordt na de installatie en voordat het voor de eerste keer in gebruik genomen wordt gekeurd op de juiste wijze van installatie en goed en veilig functioneren.

Artikel 7 lid 4a van het arbo-besluit schrijft voor:

Een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties, wordt, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd, waarbij het zonodig wordt beproefd.

Als definitie voor arbeidsmiddel is in de Arbowet gesteld “alle op de werkplek gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties.”

 In artikel 7.4a lid 5 is opgenomen:

Keuringen worden uitgevoerd door een deskundig persoon.

Verder is in hetzelfde arbo-besluit onder artikel 7.5. lid 4 opgenomen:

Montage en demontage van een arbeidsmiddel vindt op veilige wijze plaats, met inachtneming van de eventuele aanwijzingen van de fabrikant.

Tenslotte wordt in artikel 7.4a lid 6 van het arbo-besluit vastgelegd:

Schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen zijn op de arbeidsplaats aanwezig.

Vanwege de Wet op de Productaansprakelijkheid blijft de fabrikant/importeur gedurende een periode van 10 jaar voor ontwerp en productiefouten aansprakelijk. Deze langlopende aansprakelijkheid van de fabrikant legt de eigenaar de "verplichting" op om de fabrikant/importeur gelegenheid te geven om periodiek de staat waarin en de wijze waarop het product gebruikt wordt te inspecteren. Deze verplichting geldt nadrukkelijker voor die producten die in het werk gemonteerd zijn.

Wat moet er gekeurd worden?

In principe bestaat er een keuringsplicht voor twee groepen arbeidsmiddelen, een en ander is omschreven in art 7.4a lid 1 en lid 3 resulterend in een ingebruikname veiligheidskeuring en een periodieke veiligheidskeuring.

Ingebruikname veiligheidskeuring

Een ingebruikname veiligheidskeuring is verplicht bij die arbeidsmiddelen, waarvan de veiligheid mede bepaald wordt door de kwaliteit van de montage. Dit betekent, dat stellingsbedieningskranen, hoogbouwtrucks, grote goederenliften, bovenloopkranen, magazijnstellingen, entresolvloeren e.d. een ingebruiknamekeuring moeten ondergaan.

Periodieke veiligheidskeuringen

In principe heeft deze keuringsplicht betrekking op alle arbeidsmiddelen, die vanwege slijtage of beschadigingen qua veiligheidsniveau achteruit gaan.

De wetgever heeft geen uitzonderingen geformuleerd, dus ook de kleinere arbeidsmiddelen, zijn keuringsplichtig.

Bij de afweging of een arbeidsmiddel keuringsplichtig is moet steeds een taxatie gemaakt worden van de veiligheidsrisico's die vanwege slijtage kunnen ontstaan. Ter uitwerking van deze denklijn het volgende: bij een handpallettruck c.q. pompwagen is het moeilijk voorstelbaar dat er vanwege slijtage gevaarlijke situaties kunnen ontstaan terwijl bij een pompwagen, die hoogheffend is zodat hij ook als heftafel ingezet kan worden, dit risico wel degelijk aanwezig kan zijn. Ergo, een pompwagen is niet keuringsplichtig terwijl een pompwagen met een heftafelfunctie wel keuringsplichtig is.

Maar ook producten als magazijnstellingen, waarbij vanwege aanrijdingen, verkeerd beladen e.d. enorme veiligheidsrisico's kunnen ontstaan, vallen onder deze keuringsplicht.

Openbare weg of afgesloten bedrijfsruimte

Bij de keuringsplicht handelt het om de veiligheid tijdens het er mee werken, de veiligheid van de man of vrouw die met deze machine werkt staat centraal. Of het arbeidsmiddel ingezet wordt op of aan de openbare weg, dan wel in een afgesloten bedrijfsruimte maakt geen verschil; ook deze arbeidsmiddelen moeten jaarlijks gekeurd worden.

 Wanneer wordt er gekeurd?

Wat betreft het keuringstijdstip zijn er drie momenten te onderscheiden, namelijk:

·        het op de markt brengen;

·        het in gebruik nemen;

·        het gebruik.

Het op de markt brengen

Alle machines, die door BMWT-leden vermarkt worden, behoren tot de groep machines die op basis van het CE-merk op de markt gebracht mogen worden, zonder dat daar aanvullende keuringen voor noodzakelijk zijn.

Het ingebruiknemen.

Een arbeidsmiddel waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie wordt na de installatie en voordat het voor de eerste keer in gebruik genomen wordt gekeurd op de juiste wijze van installatie en goed en veilig functioneren.

Deze keuringsplicht is ook aan de orde ingeval van een ingrijpende reparatie c.q. modificatie.

Het gebruik

In de toelichting op artikel 7.4a lid 3 van het arbo-besluit wordt gesproken over "een veilige ondergrens van 1 keer per jaar". Als er sprake is van sterk verhoogde inzetcondities en -duur dan dient de keuringsfrequentie verhoogd te worden naar een keer per halfjaar of per kwartaal.

Daarnaast is het voorstelbaar, dat magazijnstellingen, die ingezet worden in bijvoorbeeld een archiefsituatie, waarbij er een minimale in- en uitslag van goederen plaats vindt en waarbij sprake is van geen, dan wel zeer beperkte inzet van hef- en/of magazijntrucks de keuringsfrequentie gesteld kan worden op een keer per drie jaar. Het spreekt voor zich dat deze afwijking van een wettelijk voorschrift nadrukkelijk onderbouwd dient te worden door een schriftelijke inventarisatie van risico’s.

Door wie moet / mag er gekeurd worden?

Het spreekt voor zich, dat als de wetgever voorschrijft, dat bij montage en demontage de aanwijzingen van de fabrikant in acht genomen moeten worden, dit ook moet gebeuren bij het uitvoeren van veiligheidskeuringen. Gelet op de steeds groter wordende technische diversiteit van de verschillende merken, is het vanzelfsprekend dat keuringen conform de specificaties van de fabrikant uitgevoerd dienen te worden.

Voor een juiste invulling van de definitie ‘deskundigen’ is het noodzakelijk, dat de keurmeester naast algemene vaktechnische deskundigheden ook beschikt over toegang tot de expertise van de fabrikant, hetgeen betekent dat de keurmeester regelmatig de fabriekstrainingen volgt, beschikt over de actuele manuals van de fabrikant en beschikt over meetgereedschappen, die gekalibreerd zijn volgens de specificaties van de fabrikant. De BMWT-Keurmeesters voldoen aan al deze deskundigheidseisen.

Periodieke Veiligheidskeuring en preventief onderhoud

In de arbo-regelgeving is naast een keuringsplicht ook een onderhoudsplicht vastgelegd, zie art. 7.5 van het arbeidsomstandigheden besluit.

Deze onderhoudsplicht is niet bedoeld ter vervanging van de keuringsplicht. Onderhoud is gericht op continuïteit van inzetbaarheid terwijl de keuring zich richt op de veilige staat van de machine. De uitvoering van een veiligheidskeuring omvat dan ook:

  • de aanwezigheid van een keurmeester, benoemd door de werkgever op basis van omschreven deskundigheden;
  • het gebruik van een keuringsformulier;
  • het hanteren van een keuringsprocedure;
  • het plaatsen van een handtekening van de keurmeester waarmee de verantwoordelijkheid voor het keuringsresultaat is vastgelegd.

Bewijsstukken van de keuringen dienen op de arbeidsplaats aanwezig te zijn. Deze moeten aan de inspecteurs van de Arbeidsinspectie getoond kunnen worden.


Naar boven
Moet de borging van een stelling een mechanische blokkering zijn of mag deze ook kracht afhankelijk zijn?

Voor het ontwerpen van een nieuwe stelling maakt de ligger gebruik van een inhaakverbinding. Deze dient geborgd te worden zodat de ligger niet uit de stelling valt. Moet deze borging dan een mechanische blokkering zijn of mag deze ook kracht afhankelijk zijn? Zo ja, hoe hoog moet deze kracht dan zijn?

Een ligger moet een zekere opwaartse kracht kunnen weerstaan voordat de borging het mag/moet begeven. Dit om te voorkomen dat de hele stelling wordt opgetild met alle mogelijke grootschalige risico''s. Een borging doormiddel van een bout moer verbinding is weliswaar sterker dan borgen met een borgpen, maar doet het effect van "liever een ligger in de lucht dan een hele stelling op de grond" te niet.

De norm zegt dat voor een individuele "connector lock" van een onbeladen ligger moet worden aangetoond dat deze minimaal 500 kg. opwaarts moet kunnen hebben (de belading van de goederen mag niet worden meegenomen). De norm omschrijft ook hoe deze test moet worden uitgevoerd.


Naar boven
Wat moet er gebeuren als de sticker verwijderd is?

Een machine die BMWT gekeurd is moet altijd voorzien zijn van een BMWT-keuringsticker. De omgeving moet kunnen zien dat de truck/machine gekeurd is. In het geval dat er geen sticker meer aanwezig is op de machine door kwijtraken, overschilderen enz. kan alleen een lidbedrijf een nieuwe sticker plakken, waarbij de keuringstermijn altijd gehandhaafd moet blijven.

Hiervoor dienen de volgende stappen te worden ondernomen:

  • nieuwe BMWT-Keuringssticker plakken;
  • afmelden op extranet;
  • op keuringsformulier het nieuwe keuringsstickernummer aantekenen;
  • oude stickernummer doorgeven aan BMWT om aan te passen op het intranet.

 

Bij het oorspronkelijke keuringsformulier aangeven, op procesverbaalachtige wijze, wat er gebeurd is met de oorspronkelijke sticker. Hierbij aangeven welke maatregelen getroffen worden, opdat het keuringstermijn gehandhaafd blijft.
Naar boven
Aan welke eisen moet een heftruck die op de openbare weg gebruikt wordt voldoen?

Heftrucks worden meestal op eigen terrein gebruikt en hebben daarom niets te maken met het wegenverkeersreglement. Zodra men met een heftruck over de openbare weg gaat rijden, is het wegenverkeersreglement echter wel van toepassing. Hieronder lichten we de huidige verkeersregeling rond heftrucks toe. 

Aanpassingen
Voertuigen die onder het Wegenverkeersreglement vallen en die maar met een beperkte snelheid kunnen rijden, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • aan de voorkant dienen er twee lampen met zowel dimlicht als stadslicht gemonteerd te zijn;
  • aan de voor -en achterzijde zijn richtingaanwijzers verplicht;
  • er dienen waarschuwingsknipperlichten (alarmlichten) aanwezig te zijn;
  • er dient een speciale rood-reflecterende driehoek met geplatte hoeken te zijn gemonteerd. Deze driehoek dient bevestigd te worden aan de achterzijde (in het midden dan wel links van het midden), op een hoogte die minimaal 35 cm is en maximaal 90 cm;
  • op de achterkant behoren zich twee achterlichten, twee stoplichten en tenminste twee reflectoren aanwezig te zijn;
  • is de heftruck langer dan zes meter, dan moet hij ook uitgerust zijn met extra richtingaanwijzers en oranje retroreflectoren aan de zijkanten;
  • verder dienen uitstekende delen, waaronder de vorken, verwijderd dan wel afgeschermd te worden.

 

De maximumsnelheid op de openbare weg is 25 km/u en de minimumleeftijd van de chauffeur is 18 jaar. Let op: in een werksituatie, waarbij effectief toezicht is van een ervaren collega, ouder dan 18 jaar, is de minimum leeftijd van een chauffeur 16 jaar. Deze chauffeur mag dan dus niet op de openbare weg rijden! 

Verzekering
Heftrucks die uitsluitend op eigen terrein rijden, zijn verplicht WAM-verzekerd. Voordat men met een truck de openbare weg opgaat, is het aan te bevelen eerst de verzekeringsvoorwaarden nog eens goed te bekijken, mogelijk wenst u een ruimere dekking.

Standaarduitvoering
Heftrucks zijn normaliter in de standaarduitvoering alleen van een beperkte (veiligheids-)verlichting voorzien. Als de gebruiker van plan is om met de truck de openbare weg op te gaan, dan dient hij contact op te nemen met de leverancier, zodat de heftruck gemodificeerd kan worden om te voldoen aan het wegenverkeersreglement.

Spiegels
Motorrijtuigen met beperkte snelheid die rijden op de openbare weg, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel waarmee de bestuurder ten minste een vlak weggedeelte van 10 m achter het voertuig kan overzien. Dit gemeten vanaf de spiegel tot aan de horizon en met een breedte van 2,50 m die links ligt van het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdig liggende verticale vlak door het meest links gelegen punt van de totale breedte van het voertuig of van de daardoor voortbewogen aanhangwagen. 

Voor de rechterspiegel geldt de volgende eis: motorrijtuigen met beperkte snelheid met een gesloten carrosserie moeten zijn voorzien van een rechterbuitenspiegel waarmee de bestuurder ten minste een vlak weggedeelte kan overzien van 30 m achter het voertuig. Dit gemeten vanaf de spiegel tot aan de horizon en met een breedte van 3,50 m die rechts ligt van het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdig liggende verticale vlak door het meest rechts gelegen punt van de totale breedte van het voertuig of van de daardoor voortbewogen aanhangwagen.  

Rijbewijs
Voor het besturen van een heftruck op de openbare weg zijn geen wettelijke vaardigheidseisen of een rijbewijs verplicht. Van toepassing blijft art. 7.17c lid 1 van het Arbobesluit: de werkgever is er verantwoordelijk voor, dat de medewerker die met een heftruck op de openbare weg rijdt over specifieke deskundigheid beschikt.

Wegenbelasting
Een heftruck is niet gekentekend, derhalve is het onmogelijk houderschapsbelasting (wegenbelasting) te heffen.


Naar boven
Achteruitrijd-alarm op heftrucks verplicht?

Wat zegt de regelgeving over het zogenaamde achteruitrijd alarm c.q. back-up alarm op een heftruck? Is dit een verplicht onderdeel op de heftruck of geldt hiervoor in lijn met bijvoorbeeld verlichting; “indien aanwezig, moet deze correct functioneren”?

Het achteruitrijd-alarm wordt ondanks het veiligheidsaspect vaak als irritant ervaren. Om van het ‘irritante’ geluid af te komen besluiten werkgevers geregeld het back-up alarm te demonteren, af te plakken of door te knippen. Maar is dat wel toegestaan?

Wettelijke verplichting
Het achteruitrijd-alarm is niet generiek verplicht via de machinerichtlijn, de geharmoniseerde normen of via andersoortige regelgeving. Elke situatie wordt afzonderlijk beoordeeld. Hierbij wordt erop gelet of het achteruitzicht van de chauffeur/machinist voldoende is. Bij een negatieve beoordeling wordt bijvoorbeeld een achteruitrijd-alarm of een camera met monitor in de cabine geplaatst. Deze beoordeling (RIE) wordt in principe door de fabrikant uitgevoerd. Uiteraard kan ook de inzetsituatie van de betreffende truck/machine aanleiding geven om een achteruitrijd-alarm aan te brengen. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij veel voetgangers in de directe omgeving van de truck/machine aanwezig zijn.

Fabrikantgarantie
Indien een achteruitrijd-alarm af-fabriek c.q. af-leverancier gemonteerd is, mag de klant deze niet demonteren of afplakken. Door het aanbrengen van een CE/merk verklaart de fabrikant dat het een veilige machine betreft. Als de klant een door de fabrikant aangebrachte veiligheidsvoorziening verwijdert dan is deze fabrikantgarantie vervallen. Hiervoor geldt net als bij verlichting, indien aanwezig moet deze voorziening goed en naar behoren functioneren.

Uitgangspunt bij veiligheidsvoorzieningen, aangebracht door de fabrikant, is dat de klant deze respecteert. Zijn er dringende redenen aanwezig kan een aanvullende RIE worden uitgevoerd. Hierin kan geconcludeerd worden dat, door het aanbrengen van een camera op de achterzijde van de machine en een monitor in de cabine, het risico ook in voldoende mate wordt weggenomen. Deze RIE dient wel schriftelijk gedocumenteerd te worden.


Naar boven
Afkeuren en herkeuren magazijnstellingen

Wanneer af te keuren?
Voor elk product wordt in elk achtergronddocument de afkeurpunten vermeld. Dit betekent, dat, als er op één of meerdere afkeurpunten een "slecht" gescoord wordt, daarmee de magazijnstellingen is afgekeurd. Een andere aanleiding om magazijnstellingen af te keuren bestaat er niet. Dus in geval de magazijnstellingen op een aantal punten, dat niet opgenomen is in de lijst "afkeurpunten", "slecht" scoort kan dit nimmer aanleiding zijn  de magazijnstellingen af te keuren. Ook het feit, dat de magazijnstellingen op een groot aantal afkeurpunten "matig" scoort, kan nimmer leiden tot een afkeur.

Hoe om  te gaan met de afkeurpunten?
De afkeurpunten worden in het vak bevindingen zodanig omschreven dat dit ook een reparatie-advies is. Vanwege de informatieplicht richting de gebruiker worden afgekeurde liggers en/of staanders voorzien van een sticker “BMWT-afgekeurd. Als dit reparatie-advies door de werkgever wordt opgevolgd dan is in principe de magazijnstellingen goedgekeurd. Dit betekent dat als de reparatie verricht wordt door het keurende bedrijf, daarmee de garantie wordt gegeven dat de magazijnstellingen daadwerkelijk BMWT-goedgekeurd is.
Wordt de reparatie uitgevoerd door derden, dan is een herkeur door de BMWT-Keurmeester noodzakelijk. Bij deze herkeur worden alleen de afkeurpunten opnieuw gekeurd. Alleen ingeval van tussentijdse calamiteiten zoals een gedeeltelijke instorting dan wel een frontale botsing wordt een herkeuring uitgebreid tot een volledige keuring.
Als de afkeurpunten betrekking hebben op een beperkt aantal liggers en/of staanders, die door het klantbedrijf zeer wel in eigen beheer gemonteerd kunnen worden dan worden de goedkeur-stickers meegestuurd met de te vervangen liggers en/of staanders, waarbij in het begeleidende schrijven aangegeven wordt dat de stickers plas geplakt mogen worden nadat de liggers en/of staanders volledig zijn gemonteerd.

Op welke datum wordt de sticker geplakt bij een herkeur?
Ingeval van een herkeur heeft er een afkeur plaats gevonden. Deze afkeur is vastgelegd op een formulier, waarbij ook de keuringsdatum is vastgelegd. Na reparatie en/of herkeur wordt de magazijnstellingen  goedgekeurd. Dit feit dient vermeld te worden op het oorspronkelijke formulier waarbij tevens de datum van deze herkeur wordt vastgelegd. Soms duurt het enige tijd voordat de reparatie/herkeur is uitgevoerd; voor het plakken van de jaarsticker is de datum van de herkeur bepalend. Het is belangrijk dat de datum als vermeld op het keuringsformulier waar de herkeur is genoteerd overeenstemt met de datum als gehanteerd bij het plakken van de jaarsticker.


Naar boven
Geldt de verplichte keuring van werkmaterieel ook voor ZZP-ers?
De arboregelgeving legt de verplichting voor het keuren van werkmaterieel bij de werkgever. Ook de Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP-er) valt eronder. In de arbowetgeving wordt in een groot aantal artikelen de begrippen werknemer en werkgever gehanteerd. Het betreft hier vooral een onderscheid tussen mensen die arborisico's lopen (werknemers) en mensen die verantwoordelijk zijn voor hun arbeidsomstandigheden (werkgevers).

Wanneer een ZZP-er zich in de zin van de Arbowet als niet-werknemer presenteert, handelt hij op oneigenlijke wijze. Als een ZZP-er een ongeval overkomt of veroorzaakt, terwijl hij op een niet-gekeurde machine werkt, dan:
  • wordt de ZZP-er aansprakelijk gesteld voor alle schade veroorzaakt aan derden;
  • kan de verzekeraar de claim, ingeval de ZZP-er persoonlijk letsel oploopt, voor ziektekosten en/of loonderving, afwijzen.
Uitgangspunt van de arboregelingen is dat iedereen in een veilige situatie werkt. Mensen mogen niet blootgesteld worden aan ernstige risico’s. Of iemand een werknemer, een werkgever of een ZZP-er is, is voor deze risico’s niet van belang. Het dragen van risico’s gaat niet alleen de zelfstandig ondernemer aan, maar ook de samenleving als geheel.

In artikel 2.39 van het Arbobesluit is daarom vastgelegd dat de keuringsplicht ook voor de ZZP-er geldt.
Naar boven
Handtekening klantbedrijf op keuringsformulier

Aan de onderzijde van het keuringsformulier is ruimte gemaakt voor het plaatsen van een handtekening van het klantbedrijf.

Met klantbedrijf wordt hier bedoeld, het bedrijf dat het gekeurde arbeidsmiddel ter beschikking stelt aan haar medewerkers. Het is hierbij niet belangrijk wie de eigenaar van het gekeurde arbeidsmiddel is. Dus ook voor huur- en leasemachines/trucks wordt de handtekening gevraagd vanuit het bedrijf dat met het gekeurde arbeidsmiddel werkt.


Naar boven
Heftruck en reachtruck en de veiligheidsgordel

Wetgeving

De plicht om op mobiel intern transportmaterieel een veiligheidsgordel te monteren vloeit voort uit art. 7.17a van het arbeidsbesluit, zoals dat op 5 december 1998 van kracht is geworden. De tekst in kwestie luidt als volgt:

 

Lid 4.   Indien het gevaar bestaat dat de te vervoeren personen bij kanteling of omslaan bekneld kunnen raken tussen delen van het mobiele arbeidsmiddel en de grond, is een systeem geïnstalleerd waarmee zij kunnen worden tegengehouden.

 

Mobiel intern transport materieel omvat een uitgebreid scala aan trucks. Bij een groot aantal soorten van intern transportmaterieel is het aangegeven beknellingrisico niet aanwezig. Om helderheid te krijgen in deze problematiek laten we heftruck en de reachtruck de revue passeren.

 

Beknellingrisico’s heftruck

Om vast te stellen of een heftruck onder de werking van geciteerd wetsartikel valt, dienen de risico's van kantelen afgezet te worden tegen de eigenschappen c.q. verschijningsvormen van de heftruck.

 

Kantelrisico

Het kantelrisico bij een heftruck is voorwaarts of zijwaarts. Een achterwaartse kanteling is niet voorstelbaar.

 

Eigenschappen c.q. verschijningsvormen

Als het kantelrisico afgezet wordt op de eigenschappen c.q. verschijningsvorm van heftrucks spelen de volgende factoren een rol:

  • een heftruck heeft een frontzit;
  • de heftruck is aan beide zijkanten toegankelijk.

 

Bij een voorwaartse kanteling van de heftruck is in de praktijk gebleken, dat er geen  risico aanwezig is, dat de chauffeur bekneld geraakt onder de heftruck.

Wel  is gebleken, dat bij een zijwaartse kanteling de heftruckchauffeur de onbedwingbare neiging heeft om via de lage zijde van de heftruck weg te springen. Omdat dat de zijde is waarop de truck kantelt is het risico levensgroot aanwezig dat de heftruckchauffeur bekneld zal raken onder de heftruck.

 

Beknellingrisico’s reachtruck

De relevante verschilpunten wat betreft eigenschappen c.q. verschijningsvormen tussen heftruck en reachtruck zijn de volgende:

  • een reachtruck heeft een dwarszit;
  • de reachtruck is aan beide zijden gesloten; de toegang tot de reachtruck bevindt zich aan de achterzijde.

 

Als een zelfde analyse losgelaten wordt op de reachtruck, dan blijkt dat het fysiek onmogelijk is dat de reachtruckchauffeur bij kantelen het risico loopt bekneld te geraken onder de truck. De in- en uitstapmogelijkheid bij een reachtruck zitten aan de achterzijde.


Conclusie

1.         Een heftruck is een arbeidsmiddel dat conform art. 7.17a lid 4 van het arbeidsbesluit voorzien moet zijn van “een systeem, dat voorkomt dat de chauffeur bij kanteling bekneld kan geraken onder de heftruck.”

2.         Bij een zijwaartse kanteling van de reachtruck is het niet mogelijk dat de reachtruckchauffeur via de zijkant de truck verlaat. Er is derhalve geen knelgevaar aanwezig en het monteren van een veiligheidsgordel heeft dan ook geen functie c.q. voegt qua veiligheid niets toe.

3.         Alle overige soorten van mobiel transport overziend kan geconcludeerd worden dat ook voor de zijlader vergelijkbare beknellingrisico's aan de orde kunnen zijn.

 

Draagplicht

Uitgangspunt is dat als de gordel aanwezig is deze gordel ook gedragen moet worden. De werkgever is verantwoordelijk voor een adequate instructie en een goed toezicht terwijl de werknemer verplicht is de gegeven instructies op te volgen.

 

Vanuit de arboregelgeving is het volgende opgenomen:

1.                  Een veiligheidsgordel is te beschouwen als een persoonlijk beschermingsmiddel.

2.                  In artikel 8.3 lid 2 van het arbobesluit staat vermeld: “In gevallen, dat er gevaar bestaat voor gezondheid en veiligheid van een werknemer op de werkplek, …., wordt er voor gezorgd dat de werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.”

3.         In de toelichting op dit artikel wordt gesteld "dat ze moeten worden gebruikt door de werknemers, indien de werknemers gevaar voor hun veiligheid of gezondheid lopen".

N.a.v. bovenstaande moet dan ook geconcludeerd worden, dat er wel degelijk een draagplicht is opgenomen in de arboregelgeving.

 

In termen van aansprakelijkheid zal de veiligheidsgordel nog veel stof doen opwaaien. Voorspelbaar dat bij een ongeval met persoonlijk letsel, waarbij de chauffeur de aanwezige gordel niet heeft gedragen, er een juridische strijd ontstaat over aansprakelijkheden.

 

Indien de werkgever aantoonbaar kan maken dat er adequate instructies zijn gegeven en er ook goed toezicht op is uitgeoefend, dan bestaat er voldoende jurisprudentie waaruit blijkt dat de chauffeur aangesproken wordt op nalatigheid, in plaats van het niet dragen van de veiligheidsgordel.

 

Meest passende oplossing

Als de werksituatie van de heftruckchauffeur zodanig is dat hij/zij regelmatig de heftruck moet verlaten is de veiligheidsgordel niet het meest aangewezen middel om de risico's bij kantelen te minimaliseren. In een werksituatie waarbij het dragen van de gordel tot een onwerkbare situatie aanleiding geeft is het te overwegen om het risico van kantelen, door een alternatieve aanpak, terug te dringen.

Het kantelrisico kan teruggebracht worden, door:

  • het monteren van alternatieve beugels of poorten;
  • de heftruck uitgerust wordt met een gesloten cabine.

Het spreekt voor zich dat een dergelijke werkwijze goed doordacht moet worden, onderdeel moet zijn van de RIE en ook duidelijk op papier gezet moet worden.

Hieronder wordt per alternatief een toelichting gegeven.


Het monteren van beugels of poorten

Als alternatief voor de gordel zijn beugels of poorten ontwikkeld, die met een eenvoudige beweging geopend kunnen worden en die bij gesloten toestand garanderen dat de bestuurder in een kantel-situatie binnen de contouren van de truck blijft, zodat er geen knel risico ontstaat. De montage van deze beugels of poorten moet altijd gebeuren in overleg met de fabrikant of zijn vertegenwoordiger, zodat veilig gesteld wordt dat het een en ander duidelijk is uitgevoerd en bevestigd. Het elektrisch afdwingen dat alleen met gesloten beugels/poorten gereden kan worden is niet aan te bevelen.

 

De gesloten cabine

In een gesloten cabine is geen beknellingrisico aanwezig, dus is een veiligheidsgordel niet noodzakelijk.


Naar boven
Hoe gaat de BMWT-keur om met explosiebeveiliging?
Heftrucks die origineel zijn ontworpen en geproduceerd voor het werken in explosierisicogebieden worden gekeurd door keurmeesters, die rechtstreeks toegang hebben tot de technische expertise van de fabrikant; deze keuringen voldoen in alle opzichten aan de kwaliteitseisen, die in het kader van de BMWT-Keur worden gesteld.

Ten aanzien van het keuren van heftrucks, die aangepast zijn voor het werken in explosierisicogebieden, dient vooraf aangegeven te worden of de uit te voeren keuring een keuring is inclusief de aanpassingen waardoor deze truck geschikt is voor het werken in explosierisicogebieden.

De BMWT-Keur heeft betrekking op de heftruckveiligheid en niet op de explosieveiligheid. Om de explosieveiligheid qua arboverantwoordelijkheid af te dekken is een vervolgactie in de vorm van bijvoorbeeld een additionele keuring door de leverancier van de aanpassingen met betrekking tot explosiebeveiliging noodzakelijk.
Naar boven
Hoe kijkt de BMWT aan tegen de NPR 5054 richtlijn?
De BMWT staat afwijzend t.o.v. de NPR 5054 richtlijn en heeft dan ook geen verbetervoorstellen ingebracht. De richtlijn “palletstelling; Bediening door magazijntrucks” (NPR 5054) beoogt een leidraad te zijn voor het gebruik van magazijntrucks in palletstelling magazijnen, maar blijkt vooral een bron van problemen. De leveranciers van magazijnstellingen (plusminus 70% van het volume in de Nederlandse markt) en van mobiel intern transport (plusminus 98% van het volume in de Nederlandse markt), verenigd in de BMWT, spreken zich nadrukkelijk uit tegen deze richtlijn. De BMWT heeft het NEN-instituut te Delft in overweging gegeven om de NPR 5054 te verwijderen uit de NEN catalogus.
>>Lees het volledige standpunt van de BMWT
Naar boven
Hoe kun je merkvreemde stellingen keuren/schouwen?

Om op een deskundige en een verantwoordelijke manier keuringen op magazijnstellingen te kunnen uitvoeren moet je minimaal beschikken over een technisch dossier van de te keuren stellingen en/of entresolvloeren. Verder moet de keurmeester op de hoogte zijn van de belastbaarheid van de resp. componenten waarmee en de rekenregels op basis waarvan een stellingenconfiguratie ontworpen en gemonteerd is. Dit betekent, dat de BMWT-Keurmeester voor hem onvoldoende bekend zijnde stellingen niet BMWT-Keur mag keuren.

Het keuren van stellingen zonder toegang tot de technische expertise van de fabrikant kan slechts middels een zogenaamde visuele keuring worden verricht. Deze keuring wordt weliswaar door een BMWT gecertificeerde keurmeester verricht maar kan niet onder het BMWT garantie- en herkeuringsysteem worden gebracht. Op het BMWT-keuringsformulier is ruimte om aan te geven dat het een schouwing betreft. Er wordt wel een sticker geplakt.

Is een magazijn van een dergelijke omvang dat er een gevaarlijke situatie voor de gebruiker ontstaat als de stellingen niet op de juiste wijze van draagvermogenborden kunnen worden voorzien dan moet u zich  afvragen of u niet de producent van de stellingen gaat informeren of deze onder uw “vlag” een veiligheidskeuring zal gaan verrichten. Van stellingen die niet meer op de Nederlandse markt worden verkocht zult u niet meer informatie aan de gebruiker kunnen verstrekken dan een zeer grove en voorzichtige schatting van de draagvermogens van de liggers en nauwelijks van de draagvermogens van de frames. In het technisch dossier kunt u slechts informatie opnemen over de lay-out van de stellingen en de informatie over de reparatieadviezen die u heeft verstrekt.


Naar boven
Hoe lang zijn de certificaten en badges van de BMWT-Train geldig?
Bedieningscursussen die onder de BMWT-Train gevolgd zijn, worden afgesloten met een proef op vakbekwaamheid. Als deze proef succesvol is verlopen, ontvangt de cursist een certificaat met bijbehorende badge. Deze hebben een geldigheidsduur van 5 jaar.
Naar boven
Hoe wordt het keuringstermijn bepaald?

In het certificatieschema van het BMWT-Keur staat vermeld dat de BMWT-Keuring een jaarlijkse keuring is. In het kader van de keuringen worden jaarstickers geplakt. Deze aanpak geeft aanleiding tot de volgende vragen:

  • voor welke datum staat de volgende keuring gepland;
  • het uitschuifprobleem: planning van onderhoud en keuring;
  • hoe te handelen in geval van een afkeur.

 

1.         Voor welke datum staat de volgende keuring gepland?

Als de vorige keuring bijvoorbeeld op 16 november 2008 is uitgevoerd dan moet de volgende keuring een jaar later, in november 2009 plaatsvinden. Op de basissticker is een pijl aangegeven, met daarop de tekst “Volgende keuring voor:”. De jaarsticker wordt hier zo op geplakt, dat de pijl wijst naar de maand waarvoor de keuring uiterlijk moet zijn voltooid. In dit geval wijst de pijl dus op december 2009, wat aangeeft dat de volgende keuring uiterlijk op 30 november 2009 plaats moet vinden.

NB. De sticker-datum-aanduiding is indicatief. De feitelijke keuringsdatum is altijd de datum die op het keuringsformulier vermeld staat.

 

2.         Het uitschuifprobleem: planning van onderhoud en keuring.

Binnen de BMWT-Keur wordt gestreefd naar een gelijktijdige uitvoering van keuring en onderhoudsbeurt. Onderhoudsbeurten worden gepland naar aanleiding van gerealiseerde inzet. Wordt een machine veel uren ingezet, dan wordt de onderhoudsbeurt naar voren geschoven, bij weinig uren gebeurt het omgekeerde.

 

Om die reden is er wat meer flexibiliteit in het systeem van de BMWT-Keur geïntroduceerd. Voor deze extra flexibiliteit zijn wij te rade gegaan bij het APK-systeem. Hier geldt de regel dat, als een keuring twee maanden voorafgaande aan de expiratiedatum van de keuring plaatsvindt, de sticker toch 12 maanden doortellend op die expiratiedatum geplakt mag worden. De BMWT-Keur heeft deze termijn overgenomen, wat betekent dat de BMWT-keuring maximaal 2 maanden voorafgaand aan de expiratiedatum mag plaatsvinden. Met de sticker kan vervolgens worden aangegeven dat de volgende keuring een jaar na de oorspronkelijke expiratiedatum staat gepland.

 

Als bijvoorbeeld een keuring vóór december 2009 (dus uiterlijk 30 november 2009) moet zijn uitgevoerd, en de keuring in september 2009 plaatsvindt, dan mag (bij goedkeuring) de sticker toch zo worden geplakt, dat de pijl naar de maand december 2010 verwijst.

 

Als een machine, waarvan de keuring nog twee maanden doorloopt, vandaag gekeurd wordt, mag op de sticker gewoon de oorspronkelijke expiratiedatum gezet worden. De keuring mag wel meteen worden afgemeld via het extranet van de BMWT.

 

Bij de datum wordt vandaag ingevuld. De keurmeester dient eveneens de huidige datum op het keuringsformulier te noteren.

 

3.         Hoe te handelen in geval van een afkeur

In het geval van afkeur is er sprake van een onveilige machine. De werkgever die een onveilige machine beschikbaar stelt aan zijn werknemer, neemt in termen van Arbo grote aansprakelijkheidsrisico’s. De werkgever dient door het keurende bedrijf hierover geïnformeerd te worden. Het eventueel stilleggen van de machine is een besluit dat nimmer door een BMWT-Keurbedrijf genomen kan worden; het betreft hier een exclusieve verantwoordelijkheid van de werkgever en de Arbeidsinspectie.

 

Als tijdens een keuring bij een machine gebreken worden geconstateerd die voorkomen op de lijst van afkeurpunten, dan moeten deze gebreken eerst worden gerepareerd. Pas hierna volgt de definitieve goedkeuring. Bij het plakken van de sticker wordt deze datum als uitgangspunt genomen. Mocht de klant zelf de reparatie uitvoeren, dan kan de sticker pas dan afgeleverd worden als de klant schriftelijk heeft verklaard dat de reparatie is uitgevoerd.

 

Voorbeeld 1

Als bij een machine, die in september 2008 is gekeurd, gebreken zijn geconstateerd die op de lijst van afkeurpunten voorkomen, en deze in oktober 2008 worden gerepareerd, wordt de jaarsticker zo geplakt dat de pijl op de basissticker de maand november in 2009 aanwijst (de volgende keuring vindt dus in oktober 2009 plaats).

 

Voorbeeld 2

Als bij een machine, die in december 2008 is afgekeurd, gebreken zijn geconstateerd die op de lijst van afkeurpunten voorkomen, en deze in februari 2009 worden gerepareerd, wordt de jaarsticker zo geplakt dat de pijl op de basissticker de maand maart in 2010 aanwijst (de volgende keuring vindt dus in februari 2010 plaats).


Naar boven
In welke varianten bestaat de dodemansknop?

De dodemansknop op mobiel intern transportmateriaal is bedoeld om te voorkomen, dat de truck doorrijdt op het moment dat de chauffeur niet (meer) op de bestuurdersplaats zit. De dodemansknop is in de volgende varianten beschikbaar:

    1. onder de stoel van de bestuurder;
    2. als voetpedaal;
    3. in de dissel.

Onder de stoel van de bestuurder
Bij trucks met een zittende bestuurder, is de dodemansknop onder de stoel gemonteerd.  Hierbij kan een aanvullende dodemansknop als voetpedaal nuttig zijn, bijvoorbeeld in werksituaties waarbij veel in smalle gangen gewerkt wordt, om zo te borgen dat de chauffeur tijdens het rijden met de benen binnen de contouren van de machine blijft.

Voetpedaal
Bij trucks met een staanplaats voor de chauffeur is de dodemansknop uitgevoerd als voetpedaal.
Het is -met instemming van de fabrikant/importeur- toegestaan om een extra dodemansknop als voetpedaal aan te brengen; het is nimmer toegestaan om de door de fabrikant aangebrachte dodemansknop (bijvoorbeeld onder de stoel) te vervangen door een andersoortige dodemansknop (bijvoorbeeld als voetpedaal). Het is verder niet toegestaan om wijzigingen aan te brengen in de door de fabrikant voorgeschreven c.q. ingestelde reactietijd.

In de dissel
Voor elektrische stapelaars en elektrische pallettrucks met meelopende bestuurder is de dodemansknop verwerkt in de dissel:

  1. als de dissel losgelaten wordt, gaat de dissel automatisch in de hoogste stand en komt de machine automatisch tot stilstand;
  2. als de dissel in botsing komt met een object, stopt de truck automatisch.

Voor elektrische stapelaars en elektrische pallettrucks met sta-plateau zijn geen dodemansknoppen voorgeschreven. Op het moment dat de chauffeur het sta-plateau verlaat, dient dit plateau omhoog te klappen, waardoor de machine tot stilstand komt.


Naar boven
Is een WA-verzekering voor mobiele arbeidsmiddelen wettelijk verplicht?
In de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM) is het begrip motorrijtuig zodanig breed geformuleerd, dat daar ook mobiele arbeidsmiddelen als heftrucks, elektrotrucks, hydraulische graafmachines, wielladers, walsen vallen. Dit betekent, dat de werkgever wettelijk verplicht is voor de mobiele arbeidsmiddelen een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Deze verzekeringsplicht geldt ook voor mobiele arbeidsmiddelen die op het eigen terrein werken en nimmer op de openbare weg verschijnen.
Naar boven
Is er in Nederland een vastgestelde tilnorm of -wet?

Nee, in Nederland is geen sprake van een gewicht dat een werknemer maximaal mag tillen. Vaak wordt de Amerikaanse NIOSH-norm (National Institute for Occupational Safety & Health) aangehouden waar het gaat om zwaar tillen. Deze stelt dat werknemers maximaal een gewicht van 23 kilo mogen tillen. Deze norm is echter niet wettelijk vastgelegd. In het Arbobesluit is alleen opgenomen dat 'de fysieke belasting van een werknemer geen gevaar mag opleveren voor zijn gezondheid.' Wel is deze tilnorm gebruikt bij een uitspraak van de Hoge Raad. Dit betekent dat een werknemer die regelmatig te zwaar tilt, dus lasten van meer dan 23 kilo, gemakkelijker naar de rechter kan stappen.

De werkgever moet de werknemer die vaak zware lasten tilt tegemoet komen. Dit kan bijvoorbeeld door het aanschaffen en inzetten van de juiste tilhulpmiddelen. Maar: dit is praktisch gezien niet altijd mogelijk. Als u op een andere manier laat zien dat u oog heeft voor de gezondheid van de medewerker, bijvoorbeeld door deze meer pauze te geven als hij vaak moet tillen, dan is dat ook een goede oplossing. Bedenk verder dat een groot deel van het ziekteverzuim veroorzaakt wordt door overbelasting en tilproblemen. Voorkomt u deze problemen, dan dalen de ziekteverzuim cijfers.


Naar boven
Is het mogelijk een eigen monteur te kwalificeren om machine keuringen uit te laten voeren?
Dit is alleen mogelijk voor deelnemers aan de BMWT-Keur. Bent u geen deelnemer van de BMWT-Keur, dan is het voor u helaas niet mogelijk om een monteur te kwalificeren tot BMWT-Keurmeester.
Naar boven
Komen uitgedeukte magazijnstellingen in aanmerking voor het BMWT-Keur

Componenten van magazijnstellingen zijn dunne-plaat-producten. De stijfheid van deze componenten ontstaat door het aanbrengen van zettingen. Bij een aanrijding veroorzaakt door bv. een heftruck ontstaan juist op deze zettingen de ingrijpendste deformaties. Een groot deel van deze deformaties zijn inter-kristallijn en dus niet met het oog waarneembaar. TNO- onderzoek heeft aangetoond, dat matig beschadigde staanders zomaar 30 tot 50 % van het draagvermogen inleveren.

Het uitdeuken van stellingen heeft vooral een visueel effect. De vervorming van de zettingen worden nooit 100% hersteld, terwijl de inter-kristallijn vervormingseffecten juist toenemen. Dit betekent dat niet is aan te geven wat het resterende draagvermogen is van een uitgedeukte staander.

Het is niet uit te sluiten dat een BMWT-Keurmeester uitgedeukte magazijnstellingen over het hoofd ziet. Omdat het BMWT-Keur nimmer kan instaan voor de veiligheid van uitgedeukte magazijnstellingen zal steeds, voorafgaande aan de keuring, naar de aanwezigheid van uitgedeukte magazijnstellingen, gevraagd worden.

Om alle risico’s compleet uit te sluiten zal op het keuringsformulier de volgende zinsnede worden vermeld: “Uitgedeukte/uitgerichte magazijnstellingen zijn uitgesloten van het BMW-Keur”.


Naar boven
Maximale snelheid heftruck

Bij het  bepalen van max. snelheden van heftrucks zijn de volgende factoren van belang:
• constructieve uitgangspunten;
• inzetomstandigheden.

Constructieve uitgangspunten
In de EN 1175 zijn de ontwerpeisen voor intern transport materieel neergelegd, zoals voor:
• trucks met meelopende bestuurder geldt een maximale snelheid van 6 km/h.
• trucks met staande bestuurder geldt een maximale snelheid van 16 km/h.
• trucks met een geheven last dan wel  bestuurder hoger dan 1,2 mtr. en lager dan 3 mtr. mogen niet harder rijden dan 4 km/h.
• trucks met een geheven last dan wel  bestuurder hoger dan 3 mtr. mogen niet harder rijden dan 2,5 km/h.
Worden deze snelheden overschreden, dan kan niet meer ingestaan worden voor de constructieve deugdelijkheid van de truck.

Inzetomstandigheden
Op het vlak van de inzetomstandigheden geldt slecht één eis, namelijk trucks op de openbare weg mogen niet harder rijden dan 25 km/h.
Voor alle inzetomstandigheden dient een RIE te worden uitgevoerd, waarbij de volgende aspecten van belang zijn:
• soort lading;
• aanwezigheid verschillend verkeersdeelnemers (verschillende soorten intern transportmaterieel, voetgangers, fietsers, (vracht)auto’s etc);
• aantal verkeersbewegingen in relatie tot oppervlak;
• kwaliteit van het wegdek;
• overzichtelijkheid van verkeerssituaties;
• aanwezigheid van bijzondere obstakels, zoals hellingen, spoorrails, e.d.

Verder is het wenselijk de resultaten van de RIE door te spreken met de leverancier van de betreffende trucks, zodat de truckspecifieke elementen meegenomen kunnen worden. De bandensoort is hierbij een factor. Omtrent snelheden gekoppeld aan de soort banden is niets vastgelegd. Wel zal de fabrikant van de heftruck aangeven welke maximale snelheid aanbevolen wordt. Deze aanbeveling is vooral gebaseerd op aard en kwaliteit van de band. Tenslotte dient ook de kwaliteit van de individuele chauffeur betrokken te worden bij de bepaling van snelheden. De verplichting om achteruit alleen stapvoets te rijden komt niet voor in de voorschriften.


Naar boven
Moet een chauffeur een (heftruck)rijbewijs halen?
De werkgever is er volgens de arbowetgeving voor verantwoordelijk, dat werknemers die een mobiel arbeidsmiddel bedienen, bijvoorbeeld een heftruck, maar ook een elektropallettruck, over een specifieke deskundigheid beschikken (art. 7.17c lid 1 van het arbobesluit). Het begrip ‘specifieke deskundigheid’ is door de wetgever niet gedefinieerd. Er bestaat dan ook geen wettelijk heftruckrijbewijs niet bestaat. Dit betekent dat de werkgever voor zijn werksituatie moet aangeven wat specifieke deskundigheid omvat.

Voor een heftruckchauffeur zijn drie gebieden van belang bij het invullen van specifieke deskundigheid:
  • vaktechnisch vaardigheden, zoals het besturen van de truck, het positioneren van een pallet in een stelling en het laden van een vrachtauto;
  • de spelregels/verkeersregels bij u op het bedrijf, zoals:
    • welke snelheden in welke gebieden;
    • rijroutes, waar parkeren;
    • wie is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud;
  • merkspecifieke kennis: de heftruck van merk a kan op verschillende punten verschillen van de heftruck van merk b.

De werkgever dient te inventariseren welke specifieke deskundigheden in de werksituatie van de werknemer vereist zijn en daarop een instructie-programma ontwikkelen. Hij moet zelf bepalen op welke wijze deze instructie verzorgd wordt. Dit kan ook gebeuren in eigen beheer of in overleg met de fabrikant/importeur van de betreffende truck.

Belangrijker is het om:

  • een goede inventarisatie te maken van de specifieke deskundigheid vereist in de eigen werksituatie;
  • een adequate instructie (laten) verzorgen, die alle drie deskundigheidsgebieden afdekt,
    schriftelijk vastleggen (inclusief ondertekening) , dat de betreffende medewerker deze instructie heeft gevolgd.
Door een medewerker domweg naar een cursus te sturen om een heftruck-rijbewijs/diploma/certificaat te behalen is niet zeker gesteld, dat de werkgever zijn arbo-verantwoordelijkheden in deze ten volle heeft waargemaakt. Verder is het van belang een programma op zetten om periodiek de deskundigheid op peil te houden.

Medewerkers op een heftruck laten rijden zonder hiervoor een specifieke opleiding/training/instructie te verzorgen is een overtreding van het arbobesluit en derhalve aan te merken als een economisch delict.
Verder heeft deze nalatigheid vooral gevolgen als er een ongeval met persoonlijk letsel-schade ontstaat. Nalatige werkgevers lopen dan het risico strafrechtelijk vervolgd te worden.

Een ander risico dat de nalatige werkgever loopt, is de schadeclaim van de werknemer. Als het gaat om een ongeval met zware letselschade, dan loopt een dergelijke claim in de honderdduizenden euro’s. Bij aantoonbare nalatigheid is het zeer wel te verwachten, dat op basis van de WAM-verzekering deze schade niet is te verhalen.
Naar boven
Moeten handpallettrucks ook jaarlijks gekeurd worden?
In principe heeft de keuringsplicht betrekking op alle arbeidsmiddelen, die vanwege slijtage of beschadigingen qua veiligheidsniveau achteruit gaan. De wetgever heeft geen uitzonderingen geformuleerd, dus ook de kleinere arbeidsmiddelen, zijn keuringsplichtig. Bij de afweging of een arbeidsmiddel keuringsplichtig is moet steeds een taxatie gemaakt worden van de veiligheidsrisico's die vanwege slijtage kunnen ontstaan.

Ter uitwerking van deze denklijn het volgende: bij een handpallettruck c.q. pompwagen is het moeilijk voorstelbaar dat er vanwege slijtage gevaarlijke situaties kunnen ontstaan terwijl bij een pompwagen, die hoogheffend is zodat hij ook als heftafel ingezet kan worden, dit risico wel degelijk aanwezig kan zijn. Ergo, een pompwagen is niet keuringsplichtig terwijl een pompwagen met een heftafelfunctie wel keuringsplichtig is. Maar ook producten als magazijnstellingen, waarbij vanwege aanrijdingen, verkeerd beladen e.d. enorme veiligheidsrisico's kunnen ontstaan, vallen onder deze keuringsplicht.
Naar boven
Op welke manier vervult de BMWT-Keur de arboverantwoordelijkheid van de werkgever?

In de arboregelgeving is de werkgever verantwoordelijk voor alle zaken rond veiligheid op de werkplek. Veel van deze verantwoordelijkheden zijn voor werkgevers niet meer zelfstandig waar te maken. Het in veilige staat houden van mobiele arbeidsmiddelen is vanwege de geavanceerde techniek, praktisch een zware verantwoordelijkheid, waarvoor werkgevers deskundige derden moeten inhuren. Hierbij is de wettelijke keuringsplicht en de wettelijke voorgeschreven deskundigheid van belang. Gezien de steeds groter wordende technische diversiteit van de verschillende merken, dienen keuringen conform de specificaties van de fabrikant uitgevoerd te worden. Het periodiek keuren van machines die aan slijtage onderhevig zijn, is dus verplicht.

Het Arbobesluit schrijft verplichte periodieke keuring door een deskundige voor. Algemeen wordt voor periodiek nadrukkelijk één keer per jaar als ondergrens gehanteerd. Afhankelijk van de inzetcondities en –duur, dient vaker gekeurd te worden.  De wet stelt verder dat deskundigen de keuringen moeten verrichten. Het is daarom noodzakelijk dat de keurmeester, naast algemene vaktechnische deskundigheden, ook beschikt over toegang tot de expertise van de fabrikant. De keurmeester moet daarom regelmatig de fabriekstrainingen volgen, beschikken over de actuele manuals van de fabrikant en over meetgereedschappen, die gekalibreerd zijn volgens de specificaties van de fabrikant. BMWT-Keurmeesters voldoen aan al deze deskundigheidseisen.

Een keuring onder BMWT-Keur voldoet aan alle arbo-eisen met betrekking tot de veiligheid, terwijl de gekeurde machine ook voldoet aan de fundamentele veiligheidseisen van de Machinerichtlijn. De BMWT-Keur heeft geen betrekking op gezondheidsaspecten uit de arboregelgeving, zoals het inzetten van een verbrandingstruck in gesloten ruimtes en ergonomische aspecten rond de stoel.
Het niet keuren van een keuringsplichtige machine is een economisch delict.

Is een machine afgekeurd, dan moeten de afkeurpunten direct gerepareerd worden. Gebeurt dit niet, dan stelt de werkgever opzettelijk onveilige mobiele arbeidsmiddelen aan zijn werknemers beschikbaar. Het maakt niet uit of de betreffende arbeidsmiddelen spaarzaam ingezet worden (bijvoorbeeld slechts 2 uur per week) of heel beperkt belast worden (een twee-en-een-half-tons-heftruck waarmee lasten van maximaal 200 kg worden getild). Ook deze overtreding wordt aangemerkt als een economisch delict.

Mocht met een dergelijk arbeidsmiddel een ongeval met letselschade ontstaan, dan zal enerzijds de verzekering – in het kader van de WAM-verzekering - elke claim afwijzen, terwijl anderzijds een strafrechtelijke procedure in gang gezet kan worden tegen die werkgever.

De handhaving van de arboregelgeving is neergelegd bij de Arbeidsinspectie. Blijkt bij inspectie dat een arbeidsmiddel niet gekeurd is, dan kan de inspecteur een geldboete opleggen: het lik-op-stuk beleid.


Naar boven
Van welke beveiligingen moet mobiel intern transportmaterieel zijn voorzien?
Op intern transport materieel dient een aantal veiligheidsvoorzieningen aanwezig te zijn. Wij beperken ons op beveiligingen op chauffeurs-/monteursniveau. Bij CE-gemarkeerde trucks is de fabrikant verantwoordelijk voor het veilig functioneren van de truck. Daartoe heeft de fabrikant een risico -inventarisatie en -evaluatie gemaakt op basis waarvan de betreffende veiligheidvoorzieningen zijn aangebracht. De persoon, die eigenmachtig, zonder instemming van de fabrikant, wijzigingen aanbrengt in de beveiligingen van de machine is daarmee zelf CE-verantwoordelijk geworden. De aansprakelijkheid van de fabrikant is daarmee vervallen.

De beveiligingsvoorzieningen op een mobiel intern transport:

  • Noodstop
    Is bedoeld om middels een ingreep van buitenaf de truck tot stilstand te brengen. De noodstop dient op elke truck, stapelaar, elektro-pallettrucks e.d. aanwezig te zijn. De noodstop behoeft niet als knop uitgevoerd te zijn; een handgreep waarmee met een ruk de stroomvoorziening wordt onderbroken voldoet ook aan de wettelijke voorschriften.
  • Dodemansknop
    Is bedoeld om te voorkomen, dat de truck doorrijdt op het moment dat de chauffeur niet (meer) op de bestuurdersplaats zit.
  • Zijwaartse steunen
    Bij trucks met sta-plateau is de aanwezigheid van zijwaartse steunen wettelijk verplicht, wanneer een snelheid hoger dan 6 km/h wordt bereikt.
  • Slangbreukbeveiligingen
    Voor intern transportmaterieel bestaat de wettelijke verplichting van een slangbreukbeveiliging in de vorm van een daalsnelheidsbegrenzer. Deze beveiliging zorgt er voor, dat bij breuk van een hydraulische slang in het hefsysteem de vorken langzaam dalen.
  • Contactslot
    Elke truck dient afsluitbaar te zijn middels een stroomonderbrekerslot.
  • Beschermkap
    Bij trucks met een hefhoogte hoger dan 1800 mm is een beschermkap verplicht.
  • Parkeerrem
    Trucks dienen uitgevoerd te zijn met een doeltreffende parkeerrem.
  • Werklastdiagram
    Dit diagram moet correct en nog leesbaar zijn. Wijzigingen zoals langere vorken en montage van voorzetstukken kunnen van invloed zijn op de toegestane werklast.
  • Veiligheidsgordels.
    Contra-gewicht heftrucks en zijladers, die na 5 december 1998 voor het eerst in gebruik zijn genomen moeten voorzien zijn van een veiligheidsgordel.

Naar boven
Waarom moet de elektrische truck en tractiebatterij apart gekeurd worden?
Een tractiebatterij vormt één geheel met de elektrische truck. Toch verplicht de ARBO-regelgeving sinds 1998 om de tractiebatterij en lader apart van de heftruck te keuren. Aan het onderhoud en de omgang met tractiebatterijen en laders worden namelijk andere eisen gesteld dan aan de elektrische truck.

Een tractiebatterij bestaat voor het grootste gedeelte uit lood en zwavelzuur. Beide stoffen zijn aan strenge milieueisen gebonden. Bij het laden van een tractiebatterij komen explosiegevaarlijke gassen vrij. Indien nonchalant wordt omgegaan met de tractiebatterij, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Ook het wisselen van tractiebatterijen is een specialistische taak.
Naar boven
Wanneer materieel BMWT gekeurd is, moet er dan altijd een sticker op geplakt worden of is het aanwezig zijn van een keuringsrapport voldoende?

Een veiligheidskeuring bestaat uit een aantal elementen, namelijk:

  • een gestandaardiseerde procedure middels o.a. een keuringsformulier;
  • een deskundige keurmeester;
  • een keuringsresultaat, waarvoor de keurmeester zich verantwoordelijk verklaard door het keuringsformulier te ondertekenen.

Verder dient dit keuringsformulier gecommuniceerd te worden met de personen, die in en om de magazijnstelling werken. Hiertoe dient de sticker. Over een harde wettelijke verplichting tot het plakken van een sticker wordt verschillend gedacht. De BMWT is sterk voorstander van het plakken van stickers, omdat zo aan alle personen in het warehouse wordt aangegeven dat materieel gekeurd én veilig bevonden is. Dit draagt bij aan een versterking van het veiligheidsbewustzijn in het magazijn/warehouse.


Naar boven
Wat is de minimum leeftijd van een machinist of chauffeur op een mobiel arbeidsmiddel?
Sinds de wijziging van de Arbowet in 1997 is het toegestaan een leeftijdsgrens van zestien jaar aan te houden. Met het bijstellen van de leeftijdsgrens naar zestien jaar is de verplichte zorg voor voldoende instructie en toezicht niet weggevallen. Dus ook de vakantiekracht die de machine tijdelijk bedient, moet voldoende deskundigheid bezitten. Dit moet aantoonbaar zijn.

De werkgever moet ervoor zorgen dat de werksituatie veilig is. Met andere woorden: een aantoonbaar uitgevoerd Arbobeleid is en blijft noodzakelijk. Een ander punt van aandacht is de verzekering van genoemde machines. In polissen zijn voor het bedienen van machines vaak nog leeftijdsgrenzen van achttien jaar opgenomen. Het is dan ook zaak om deze polissen te controleren en aan te passen, voordat men een jongere medewerker op een mobiel arbeidsmiddel laat werken.
Naar boven
Wat is een werklastdiagram en wanneer moet het aangepast worden?

Een werklastdiagram geeft aan welke gewichten en afmetingen veilig kunnen worden opgenomen en vervoerd. Het werklastdiagram moet in de Nederlandse taal gesteld te zijn en dient goed leesbaar voor de heftruckchauffeur in de heftruck geplaatst te worden. Het werklastdiagram wordt aangebracht door de fabrikant/importeur van de betreffende truck.

Op een werklastdiagram is aangegeven:
• de werklast;
• de hefhoogte;
• het lastzwaartepunt afstand.

De werklast geeft het maximale gewicht aan dat er getild mag worden in relatie tot de hefhoogte en de lastzwaartepunt afstand.

De lastzwaartepunt afstand is de afstand van het midden van bijvoorbeeld de pallet tot de voorzijde van de vorkstaander. Hoe groter de lastzwaartepunt afstand hoe lager het gewicht van de te tillen last. Het is daarom belangrijk dat de last zoveel mogelijk tegen de vorkstaander geplaatst wordt.

Het werklastdiagram moet worden aangepast, als:
• er een hoger hefmast gemonteerd wordt;
• als er een voorzetstuk wordt gemonteerd.
Deze aanpassing dient in overleg met de fabrikant/importeur te gebeuren.

Werken met een heftruck waarop een onjuist werklastdiagram aanwezig is levert een groot aantal aansprakelijkheidsrisco’s op voor de werkgever, maar ook voor de chauffeur die willens en wetens met een onveilige machine aan het werk gaat.


Naar boven
Wat is het belang van draagvermogenborden op magazijnstellingen?

Gemiddelde toelaatbare belasting per stellingvak

Stel, je hebt in een sectie vier dragers (stellingvakken) in de hoogte, die elk maximaal 3600 kg gelijkmatig verdeeld belast kunnen worden. Dus in totaal maximaal 14400 kg. Echter, de toegestane maximale sectiebelasting (framebelasting) is maar 12500 kg. Vul je dan per vak 4 x 3600 kg in en voor de sectiebelasting 12500 kg, of breng je de vaklast omlaag naar 3125 kg, waardoor de totale sectiebelasting op 12500 kg komt?

 

Belangrijk is dat bij de opgave van de gemiddelde toelaatbare belasting per stellingvak, de totale belasting van alle stellingvakken in het frame nooit de maximaal toelaatbare framebelasting mag overschrijden.

 

In de aangegeven situatie dienen dus de volgende waardes te worden aangegeven op de draagvermogenborden:

  • maximaal 3125 kg per niveau/stellingvak (12500: 4);
  • maximaal 12500 kg per frame (sectie).

Voor een stellingvak zijn er twee van toepassing zijnde belastinggegevens:

  • de maximale stellingvakbelasting; en
  • de gemiddelde stellingvakbelasting.

 

De maximale stellingvakbelasting

De maximale stellingvakbelasting is de belasting waarbij de stelling nog net niet zal bezwijken en vermeld dient te zijn in de orderbevestiging en het technische (BMWT)dossier. De Arbowet verplicht dat dit gegeven bij de installatie van de magazijnstelling aanwezig is.

 

De gemiddelde stellingvakbelasting

De gemiddelde stellingvakbelasting is gebaseerd op de maximaal toelaatbare framebelasting en wordt verkregen door deze belasting te delen door het aantal stellingsvakken.

 

In de praktijk is het mogelijk een stellingvak hoger te belasten dan is aangegeven op het belastingbord. De som van deze hogere belastingen mag echter nooit de maximaal toelaatbare framebelasting overschrijden. Gebeurd dat wel, dan kan een sectie instorten en mogelijk een ‘domino-effect’ veroorzaken door het hele magazijn.

 

Om misverstanden bij een magazijnmedewerker (ook bij tijdelijk ingehuurde) te voorkomen, heeft BMWT-Keur besloten op de belastingborden uitsluitend de gemiddelde stellingvakbelasting te vermelden en níet de maximale stellingvakbelasting.

Het vermelden van uitsluitend de gemiddelde waarde is dus een ‘veilige’ aanname en voorkomt misverstanden.


Naar boven
Welke eisen stelt de BMWT-Keur aan een contactslot van een pallettruck?
In de regelgeving is vastgelegd dat mobiele arbeidsmiddelen, zoals een pallettruck, moet zijn geborgd tegen onbevoegd gebruik. Dit borgen kan gebeuren door een contactslot, een pincode of iets dergelijks. BMWT-Keur keurt een schakelaar of een afgebroken sleutel in het contactslot af. Het betreft hier een verantwoordelijkheid van de werkgever, die ook een sleutelbeheer moet voeren. Hij moet voorkomen dat onbevoegden toegang verkrijgen.
Naar boven
Welke punten zijn van belang bij het monteren van banden op heftrucks?
Inzetkarakteristieken en inzetomstandigheden van heftrucks en magazijntrucks verschillen sterk. Dit maakt dat er speciale aandacht geschonken moet worden aan de keuze van de band.

Banden hebben een grote invloed op:
  • stabiliteit;
  • energieverbruik;
  • geluid;
  • snelheid;
  • rijgedrag;
  • rijcomfort.

Een verkeerde bandenkeus kan op een of meerdere van deze aspecten een negatieve invloed hebben.

Er zijn verschillende soorten banden beschikbaar:

  • de luchtband: de band met het grootste veercomfort, die de truck minder stabiel maakt;
  • de volrubberbanden: heeft het formaat van de luchtband maar in plaats van lucht is de band met een soepele rubbersoort gevuld;
  • de kwaliteit varieert van hard tot zeer soepel;
  • de massieve band: een harde band zonder veer comfort en daarom niet geschikt voor slechte vloeren/wegen;

Verder is de afmeting van belang, bijvoorbeeld een te brede band kan buiten de contouren van de machine uitsteken, waardoor ernstige beknellingsrisico’s ontstaan.

Tenslotte spelen de volgende factoren ook nog een rol:

  • belastingspatroon: bij een niet in de midden opnemen van de last worden de banden op een andere wijze belast;
  • ply rating: het vergelijkingsgetal, dat het aantal koordlagen aangeeft;
  • de rijsnelheid: hoe hoger de snelheid, hoe hoger de warmte, hoe lager de draagkracht;
  • last- of stuurwiel: een stuurwiel oefent extra belasting uit op de band, waardoor de draagkracht afneemt.

In eerste aanleg wordt de keuze van de band bepaald door de fabrikant van de truck. Hij kent de karakteristieken van de truck vanzelfsprekend het best. De fabrikant neemt -in het kader van de machinerichtlijn- dan ook verantwoordelijkheid voor deze keuze. Dat betekent dat een wijziging van de banden altijd in overleg moet gebeuren met de fabrikant dan wel zijn importeur. Alvorens tot een wijziging over te gaan is het van belang de inzetomstandigheden duidelijk in kaart te brengen.


Naar boven
Wie is verantwoordelijk voor het rijden op een ongekeurde heftruck?

In de Arbo-wetgeving is vastgelegd dat heftrucks jaarlijks verplicht gekeurd moeten worden. Voor deze wettelijke verplichting is in eerste instantie de werkgever verantwoordelijk. Maar er tekenen zich een aantal verschuivingen af.

Allereerst vanuit de Arbo-invalshoek. In eerste instantie is de werkgever verantwoordelijk en aansprakelijk als het gaat om ongevallen die te maken hebben met de Arbo-eisen. De werknemer bleef daarbij in het verleden meestal buiten schot. Alleen wanneer er sprake was van aantoonbaar kwade trouw van de zijde van de werknemer, werd de werkgever ontslagen van zijn algemene verantwoordelijkheid dan wel aansprakelijkheid. Rechters blijken echter steeds meer bereid tot nuancering wanneer er sprake is van een Arbo-ongeval. Er is inmiddels jurisprudentie ontstaan waarbij, in geval van nalatigheid van de werknemer, deze werknemer ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid krijgt toebedeeld.

Verder wordt vanuit het maatschappelijk denken over verantwoordelijkheid steeds meer de gedachte gehuldigd dat individuen hun persoonlijke verantwoordelijkheid moeten oppakken.

Op dit moment is (nog) niet in het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie opgenomen om chauffeurs, die op een ongekeurde heftruck rijden, te beboeten. Er zijn wel geluiden dat verzekeraars bezig zijn om deze gedachte uit te werken. Hierbij stellen zij zich op het standpunt, dat het niet voldoen aan de wettelijke Arbo-keuringsplicht een daad van onzorgvuldig handelen is, die van invloed is op de schadelast.

Verwacht wordt dat verzekeraars in de nabije toekomst anders zullen omgaan met een claim rondom een ongeval met letsel van de chauffeur als deze op een ongekeurde heftruck reed ten tijde van het ongeval. Voor chauffeurs van heftrucks is het dan ook zaak om, bijvoorbeeld via de medezeggenschapscommissie, ondernemingsraad e.d., te bevorderen dat de wettelijk voorgeschreven periodieke veiligheidskeuringen uitgevoerd worden.


Naar boven
Wordt de ophanging van de meeneemheftruck ook gekeurd tijdens de BMWT-keuring?
Nee, de ophanging van de meeneemheftruck wordt niet gekeurd bij de BMWT-keuring. De ophanging is onderdeel van de vrachtwagen en deze is niet altijd bij de keuring van de meeneemheftruck aanwezig. Tevens kan een meeneemheftruck aan meerdere vrachtauto’s gehangen worden. De APK controleert de ophanging op deugdelijkheid indien de ophanging onderdeel is van een bumperconstructie. Indien dit niet het geval is, wordt de ophanging ook tijdens de APK niet gecontroleerd.