MENU

Nog flinke obstakels op de weg om volledig Schoon- en Emissieloos te bouwen in 2035

De Groene Koers (DGK) organiseerde afgelopen maandag een overleg met staatssecretaris Chris Jansen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, brancheorganisaties, opdrachtgevers en opdrachtnemers over het programma Schoon- en Emissieloos Bouwen (SEB).

DGK nam dit initiatief vanwege zorgen over de beschikbaarheid en betaalbaarheid van zero-emissie materieel en laadinfrastructuur, evenals het achterblijvende aantal (vooral gemeentelijke) opdrachtgevers dat het SEB-convenant heeft ondertekent. Ook staatssecretaris Jansen erkende dit obstakel en benadrukte:


"Als er meer opdrachtgevers aansluiten, ontstaat er meer perspectief."

 

Namens BMWT namen Jan Hommes (directeur) en Hans Zwaanenburg (belangenbehartiger) deel aan het overleg.


Achtergrond


Om het doel om in 2035 volledig schoon- en emissieloos te bouwen te halen is het belangrijk dat er meer Emissieloos uitgevraagd wordt en daar ook voor betaald wordt. Emissieloos bouwmaterieel is immers twee tot drie keer duurder dan dieselmaterieel.

We constateren dat het aantal gemeenten dat dit convenant heeft getekend echt achterblijft. Slechts 10 procent van de Nederlandse gemeenten heeft dit convenant inmiddels ondertekend. Gevolg hiervan is dat de uitvraag naar Emissieloos materieel behoorlijk achterblijft.

Randvoorwaarden


Een zestal randvoorwaarden staat onder druk om de doelstellingen zoals aangegeven in het SEB-convenant te kunnen halen. Deze randvoorwaarden hebben we (DGK) ook benoemd in de brief die we naar de staatssecretaris gestuurd hebben in september vorig jaar.

Deze randvoorwaarden zijn:

  • Voldoende uitvraag;
  • Een geharmoniseerd beleid;
  • Beschikbaarheid van Emissieloos materieel;
  • Betaalbaarheid van Emissieloos materieel;
  • Beschikbaarheid van laadinfra;
  • Betaalbaarheid van laadinfravoorzieningen;

“We hebben als markt een duurzame uitvraag en daarmee investeringsperspectief keihard nodig. Met de huidige beperkte betrokkenheid van gemeentes binnen het SEB-convenant gaan we de doelstellingen niet halen.” Aldus Hans Zwaanenburg

Aan de staatssecretaris werden gisteren de volgende verzoeken voorgelegd;

1 Kunnen wij meer gemeenten laten aansluiten bij het SEB-convenant?
Om aan de doelstellingen van het SEB-convenant te voldoen zou minimaal de helft van de Nederlandse gemeenten dit convenant ondertekent moeten hebben in 2028.

“Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn het instellen van een ingroeipad voor het aantal gemeentes dat het convenant ondertekent binnen een bepaalde periode. Dit valt dan mooi te combineren met de reeds ingestelde ingroeipaden voor het uitfaseren van dieselmaterieel.” Aldus Hans Zwaanenburg, belangenbehartiger bij BMWT

Kan de overheid extra gerichte middelen en maatregelen inzetten om de transitie te versnellen?
De staatssecretaris neemt dit mee en komt er later op terug.


Beschikbaarheid materieel

Een argument dat ook Jan Hommes regelmatig hoort. “Een vraag die mij vaak gesteld wordt is: waarom zijn die ZE-machines er nog niet? Dat heeft te maken met wereldwijd opererende fabrikanten die weliswaar met belangstelling naar Nederland kijken, maar ook weten dat ons land internationaal maar een beperkte afzetmarkt vertegenwoordigt. Daarom krijgen we maar mondjesmaat ZE-machines. Daarin zit een uitdaging, maar ook ondernemers hebben perspectief nodig. Mijn idee zou zijn om die vraagstukken te verenigen door ZE-materieel in te zetten op plekken waar het echt nodig is.” Zoals in de Zuid-Hollandse duinen.

Frederik Zevenbergen, gedeputeerde Provincie Zuid-Holland: “Om paden in de duingebieden (Natura 200-gebieden) te asfalteren wil je als opdrachtgever dolgraag een elektrische asfalteerset tot de beschikking hebben. En we zijn niet de enige provincie. Daarom stimuleren we de markt, maar kijken we tevens met collega’s of we allemaal dezelfde eisen stellen en willen we het financieel aantrekkelijk maken om machines aangedreven door fossiele brandstoffen in te wisselen.”

Resultaat
 


Wij kijken terug op een constructief gesprek en blijven graag met de staatssecretaris in gesprek om tot een oplossing te komen voor de hiervoor aangeven randvoorwaarden. De staatssecretaris had begrip en dacht met ons mee. Ook hij was heel duidelijk van mening dat we hier op een realistische manier naar moeten kijken. “Nederland heeft nogal eens de neiging het beste jongetje van de klas te willen zijn terwijl dat niet altijd realistisch is.” Aldus de staatssecretaris.